Gezang 466: ‘Als God mijn God maar voor mij is, wie is er dan mij tegen?’

In oorlogstijd hoop blijven houden viel niet mee. Toch boden muziek en krachtige liedteksten verlichting. Dat is iets wat Johanna Ader uitvoerig beschrijft in haar boek ‘Een Groninger pastorie in de storm’. Met dit boek bracht ze al in 1947 een verslag uit van hoe zij de oorlog heeft beleefd, met name omdat haar man, dominee Bastiaan Jan Ader, honderden Joden heeft gered tussen 1940 en 1944.

De pastorie als onderduikadres

Bastiaan Jan en Johanna waren domineesechtpaar in het kleine Groninger dorpje Nieuw Beerta. Daar ontvingen ze in de zomer van 1942 een brief van een Joodse vriendin uit Amsterdam met de vraag of zij kon onderduiken. 

De pastorie van Bastiaan Jan en Johanna Ader.

Deze brief was het begin van de verzetsdaden van Bastiaan Jan. In hun pastorie verborgen de dominee en zijn vrouw tijdens de oorlog acht vaste onderduikers, met gevaar voor eigen leven. Daarnaast zorgde Bastiaan Jan voor onderdak voor honderden anderen Joden. Hij bracht hen onder op locaties van Groningen tot aan Zuid-Limburg. Bastiaan Jan en Johanna waren zich allebei bewust van de gevaren, maar ze hielden vol. Vanuit hun geloof en vanuit naastenliefde zagen Bastiaan Jan en Johanna het als hun plicht om de Joodse medemens te helpen. 

Liederen van hoop en kracht

Het verslag dat Johanna later heeft geschreven over de verzetsdaden van Bastiaan Jan en over de onderduikers bij hen in huis, is doorspekt met Bijbelteksten, -verhalen en christelijke liedteksten. Deze woorden van hoop en kracht deelden de dominee en Johanna ook met elkaar om hoop te blijven houden. 

Wanneer Bastiaan Jan in 1944 in de gevangenis in Amsterdam is beland en Johanna op de vlucht is voor de nazi’s in Groningen, put Johanna kracht uit het volgende gezang:

Als God mijn God maar voor mij is,
wie is er dan mij tegen?
Dan werken druk en droefenis, 
mijn ziele tot een zegen. 
Dan waakt alom een engelenwacht,
dan zie ik sterren in de nacht,
en bloemen op mijn wegen. 

En wat er dreigt! Of wie er woedt, 
mijn Heiland blijft mij leiden,
Geen donker dal van tegenspoed,
kan van Zijn staf mij scheiden.
Hij blijft mij overal nabij,
aan stille waat’ren voert Hij mij,
en liefelijke weiden. 

Dit lied werd later gezang 466 in het Liedboek voor de Kerken (1973). Martin Zonnenberg heeft dit gezang ingespeeld. Geniet van de prachtige orgelklanken en laat je bemoedigen door de tekst. 

Gods bescherming

Een ander lied dat regelmatig voorbij komt in de geschiedenis van Dominee Ader en zijn vrouw Johanna, is Psalm 27. Deze tekst was niet alleen hun trouwtekst, maar gebruikten ze ook later in gesprekken en brieven om elkaar moed in te spreken. Luister mee naar Psalm 27.

Uiteindelijk is Bastiaan Jan in 1944, niet lang na zijn arrestatie, gefusilleerd in Veenendaal. Johanna heeft de oorlog wel overleefd en is in 1994 overleden. Samen hadden ze twee zonen. 

Meer weten over het verhaal van Bastiaan Jan en Johanna Ader?

In de loop der jaren is er veel geschreven over Bastiaan Jan en Johanna. Hier kan je hun verhaal nogmaals in het kort teruglezen.

Het boek dat Johanna heeft geschreven, ‘Een Groninger pastorie in de storm’, is niet meer nieuw te verkrijgen. 

Bronnen beeldmateriaal:
Foto's Bastiaan Jan en Johanna Ader: Ds. Ader Stichting
Foto pastorie Nieuw Beerta: Ds. Ader Stichting

Meer lezen over:

Speel muziek af