Hard geslagen vastgenageld

Liedtekst

Hard geslagen, vastgenageld;
zie Hem, stervend aan een kruis.
Hij, die onze straf wil dragen,
door zijn eigen volk verguisd.
’t Is de lang verwachte koning,
Davids Zoon en Davids Heer.
Hij, het Woord van God gekomen,
geeft de geest en spreekt niet meer.

Droeg een mens ooit zoveel lijden,
zag een ziel ooit zo’n verdriet?
Smalend spotte elke vijand,
angstig vluchtte elke vriend.
Hard geslagen door belagers
– niemand nam het op voor Hem.
Maar het hardst van alle slagen,
kwam Gods oordeel neer op Hem.

Wie te licht denkt over zonde
en haar diepe ernst niet ziet,
kijk naar Hem en zie verwonderd
wat een vonnis zij verdient.
Christus, het volmaakte paaslam,
droeg ons weerzinwekkend lot.
Hij, die onze zonden wegnam,
Hij verzoent ons weer met God.

Hier vindt ons geloof een bedding,
onze hoop een vaste grond:
Christus, rots van onze redding,
die verloren zondaars vond.
Alle lof, eer en aanbidding
voor zijn nooit volprezen naam!
Wie zijn hoop op Jezus vestigt,
leeft in hoop die nooit beschaamt.

Informatie over dit lied

Kerk van uitvoering
Bergkerk
Plaats van uitvoering
Deventer
Uitvoerenden
Sela
Eerste componist
Geistlicher Volkslieder (1850)
Taal
Nederlands
Thema's
GenadeLijdenstijd
Schrijver
Harold ten Cate