Licht dat ons aanstoot in de morgen

Liedtekst

Licht dat ons aanstoot in de morgen
voortijdig licht waarin wij staan.
Koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn,
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij,
kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Informatie over dit lied

Bundel
Liedboek voor de Kerken
Kerk van uitvoering
Lebuïnuskerk
Plaats van uitvoering
Deventer
Dirigent
Patrick van der Linden
Uitvoerenden
Ars Musica
Eerste componist
Antoine Oomen
Thema's
GebedPasen
Schrijver
Huub Oosterhuis