Ga naar zoekveld

Alle roem is uitgesloten

Alle roem is uitgesloten, onverdiende zaligheen, heb ik van mijn God genoten, ‘k roem in vrije gunst alleen. Ja, eer ik nog was geboren, eer Gods hand, die alles schiep. Iets uit niets tot aanzijn riep, heeft Zijn liefde mij verkoren. God is liefd’, o eng’lenstem, mensentong, verheerlijkt Hem. Zo, zo lief had God de wereld, dat Hij Zijnen eigen Zoon, voor die afgevallen wereld, overgaf aan smaad en hoon. Ja toen wij nog zondaars waren, schonk d’ Ontfermer ons gena, stierf Zijn Zoon op Golgotha, stierf voor ons, die zondaars waren. God is liefd’, o eng’lenstem, mensentong, verheerlijkt Hem.