Ga naar zoekveld

Als g' in nood gezeten

Als g’ in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten, God verlaat u niet. Vrees toch geen nood, ’s Heren trouw is groot, en op ‘t nacht’lijk duister, volgt het morgenrood. Schoon stormen woeden, ducht toch geen kwaad; God zal u behoeden, uw toeverlaat. God blijft voor u zorgen, goed is de Heer, en met elke morgen, keert zijn goedheid weer. Schoon g’ in ‘t verdriet, nergens uitkomst ziet, groter dan de helper, is de nood toch niet. Wat ons ontviele, Redder in nood, red slechts onze ziele, uit zond’ en dood.