Ga naar zoekveld

Dan zingt mijn ziel

O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering, de wereld zie die U hebt voortgebracht. Het sterrenlicht, het rollen van de donder, heel dit heelal, dat vol is van Uw kracht. Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij. Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij. Als Christus komt, met majesteit en luister, brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn. Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen en zingt mijn ziel: 'O Heer, hoe groot zijt Gij!' Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij. Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij. Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij. Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God, hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij.