Ga naar zoekveld

De kroon die Hij dragen zal dragen

Toen Hij kwam, op ezels veulen, gingen wij Hem tegemoet en daar wuifden wij met palmen: onze Koning, wees gegroet. Toen Hij kwam, zong ik: “Hosanna” en “Gezegend Hij die komt. Maar slechts enkele dagen later is mijn lied geheel verstomd. Want de kroon die Hij dragen zal, is een kroon die God te dragen geeft aan zijn Zoon om t’rug te winnen wat de mens verloren heeft. Toen ik zag, hoe er van doornen Hem een kroon werd opgelegd, Wist ik dat door de profeten al Zijn lijden was voorzegd. Toen ik zag hoever Zijn liefde en bewogenheid zou gaan, keek ik Hem vol mededogen en intens verwonderd aan: Want de kroon die Hij dragen zal, is een kroon die God te dragen geeft aan zijn Zoon waardoor de mensheid nu weer hoop op leven heeft. Toen Jezus stierf en Zijn taak volbracht, nam God stil de doornenkroon. Zijn vingers vlochten een erekrans, daarmee kroonde Hij zijn Zoon. Want de kroon die Hij dragen zal, is een kroon die glas en luister geeft aan zijn Zoon die nu tot Koning is gekroond en eeuwig leeft. Is gekroond en eeuwig Leeft.