Ga naar zoekveld

De maan is opgekomen

De maan is opgekomen. De aarde ligt in dromen. De nacht is stil en klaar. De donk're bossen zwijgen en van de beemden stijgen de nevels wit en wonderbaar. De wereld die verstilde en zich in schemer hulde, wordt inniger vertrouwd en houdt u zo geborgen, dat gij verdriet en zorgen van heel de dag vergeten zoudt. Ziet gij de maan? De schone wilt zich maar half vertonen, toch is hij er geheel. Zo zijn er grote zaken waar wij geen ernst mee maken: ons oog ziet enkel maar een deel. Doe ons uw heil aanschouwen, niet op ons oog vertrouwen, niet blij zijn met de schijn. Doe ons de eenvoud vinden, en, God, voor U als kind’ren op aarde vroom en vrolijk zijn. Laten wij amen zeggen en ons te slapen leggen. Kil wordt de avondwind. God, weer van ons het kwade en wees in uw genade met ieder eenzaam mensenkind.