Ga naar zoekveld

De schepping getuigt

Ik hoorde hoe de wind sprak hij fluisterde Uw naam En ik zag Uw tranen- als regendruppels op het raam Hoe zou ik kunnen zeggen: “Er is geen God?” Als alles getuigt van Uw bestaan. De hoge bergen, de blauwe lucht De weidsheid van de oceaan U baant de rivieren U bevloeit het land Zegen en nieuw leven komen uit Uw hand Ik houd van het razen van de zee De golven beukend op het strand Ik houd van de velden getooid met graan De heuvels, het uitgestrekte land Starend naar de wolken, Of de sterren in de nacht Raak ik overweldigd door Uw grootheid en Uw macht Hoe zou ik kunnen zeggen: “Er is geen God?” Als alles getuigt van Uw bestaan. De hoge bergen, de blauwe lucht De weidsheid van de oceaan Ik houd van het razen van de zee De golven beukend op het strand Ik houd van de velden getooid met graan De heuvels, het uitgestrekte land Ik geloof, ik geloof, ik geloof. Ik geloof, ik geloof, ik geloof. Ik geloof, ik geloof, ik geloof.