Ga naar zoekveld

De wereld is van Hem vervuld

De wereld is van Hem vervuld, die 't kennen gaat te boven, wiens heerlijkheid ons is verhuld, in vonken licht verstoven. Geen mensenoog heeft Hem gezien wien elk zijn tempel bouwt, in wien onwetend wij geloven. Ja, Hij is elk van ons nabij, hoe hemelhoog verheven; in Hem bestaan, bewegen wij, in Hem is heel ons leven. Dat heeft Hij aan het licht gebracht: de mensen zijn van zijn geslacht, voorgoed met Hem verweven. God heeft zich zelf ons toegewend: een man verscheen op aarde, een mens, in wie Hij onherkend zich aan ons openbaarde. In Hem als in een tempel heeft de God gewoond die eeuwig leeft, de Ongeëvenaarde.