Ga naar zoekveld

Diep, diep aan Uwe voeten

Diep, diep aan Uwe voeten, O Jezus, buig ik neêr, en' voel de troost, de zoete, dat gij mij aanneemt, Heer! Ja, bij het hout des kruises, rust 't harte, moe en mat, Het dierbaar bloed van Jezus, dat is mijn roem en schat. Vast, vast in Uwe armen, klem mij, Uw hulp'loos kind; Gehuld in Uw erbarmen, ik veil'ge toevlucht vind. De moeden, zwaar belaad'nen, de zieken met hun pijn, geboog'nen slaat Gij gade, en wilt hun Helper zijn. Stil, stil zijn in Uw handen, wil ik, immanuel; Dan slaakt Gij al mijn banden, maakt alle dingen wel. Dan kunt Gij uit mij maken Een vat, Uw naam ter eer, opdat ik moge blaken Van teed're liefde, Heer. Dicht, dicht, Heer, aan Uw harte, daar vindt mijn ziel haar lust; In stormen en in smarten Ben 'k daar alleen gerust. Heer, wil mij dieper gronden In U, de heilsfontein. Aan U, als rank verbonden, zal 'k eeuwig d' Uwe zijn