Ga naar zoekveld

Eleven medley

a. Ga niet alleen door het leven Ga niet alleen door ’t leven, die last is u te zwaar. Laat Eén u sterkte geven, ga tot uw Middelaar Daar is zoveel te klagen, daar is zoveel geween, en zoveel leed te dragen. Ga niet alleen! En zoveel leed te dragen. Ga niet alleen! Ga niet alleen, uw Koning wil komen in uw hart. Ach geef het Hem ter woning, hoe stilt Hij dan uw smart! Wie kan er tranen drogen als Jezus? Immers geen! Richt dan de treurend' ogen naar Jezus heen! Richt dan de treurend' ogen naar Jezus heen! En dan, als ’t leed der aarde voor immer is gedaan; Als in des hemels gaarde uw blijde voeten staan; Dan ziet g' in ’t zalig Eden Slechts zaal'gen om u heen. Dan prijst g' in eeuwigheden uw Heer alleen! Dan prijst g' in eeuwigheden uw Heer alleen! uw Heer alleen! uw Heer alleen! b. Heer, ik hoor van rijke zegen Heer! ik hoor van rijke zegen, Die Gij uitstort, keer op keer; Laat ook van die milde regen Dropp'len vallen op mij neer; Ook op mij, ook op mij, Dropp'len vallen ook op mij. Liefde Gods, zo rein, zo krachtig, Bloed van Jezus, rijk en vrij, Gods genade, sterk en machtig, O, verheerlijk U in mij. Ook in mij, ook in mij, O, verheerlijk U in mij! Ook in mij, ook in mij, O, verheerlijk U in mij! Ga mij niet voorbij, o Herder Maak mij gans van zonden vrij; Vloeit de stroom van zegen verder, Zegen and'ren, maar ook mij. Ja, ook mij, ja, ook mij, Zegen and'ren, maar ook mij! Ja, ook mij, ja, ook mij, Zegen and'ren, maar ook mij! Ja, ook mij, ja, ook mij, Zegen and'ren, maar ook mij! Ja, ook mij, ja, ook mij, Zegen and'ren, maar ook mij! c. Volle verzeek'ring Volle verzeek'ring, Jezus is mijn! Wat schenkt dat rust aan 't volgzaam gemoed. In Hem zal 'k zalig, zalig steeds zijn, wedergeboren door Jezus' bloed. Voll' onderwerping, zijn eigendom, in Hem te rusten, heerlijk genot! 't Eigen ik doden, zijn wil allen; rijk in mnijn Heiland, leven voor God. Dit is mijn vruegde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vreugde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Volle verlossing, gans vrij te zijn 'k mag alles leggen in zijne hand; 'k mag altijd wand'len aan Jezus zij, 'k mag nu steeds leven voor mijnen God. Dit is mijn vruegde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vreugde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vruegde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vreugde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vruegde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! Dit is mijn vreugde, altoos te zijn in mijne Heiland; Jezus is mijn! d. Welk een omkeer heeft God Welk een omkeer heeft God in mijn leven gewrocht, sinds Jezus nu woont in mijn hart; Er is vrede in mijn ziel, waar 'k zo lang reeds naar zocht, sinds Jezus nu woont in mijn hart. Sinds Jezus nu woont in mijn hart Sinds Jezus nu woont in mijn hart Is mijn blijdschap en vreê als de golven der zee, sinds Jezus nu woont in mijn hart. In de hoop op zijn komst ligt mijn anker nu vast, sinds Jezus nu woont in mijn hart; En geen twijfel drukt langer mijn ziel als een last, sinds Jezus nu woont in mijn hart. Sinds Jezus nu woont in mijn hart Sinds Jezus nu woont in mijn hart Is mijn blijdschap en vreê als de golven der zee, sinds Jezus nu woont in mijn hart. 'k Ben verzekerd, aan 't eind wacht m' een kroon na de strijd, sinds Jezus nu woont in mijn hart; 'k Reis nu blij naar de Stad, die door God is bereid, sinds Jezus nu woont in mijn hart. Sinds Jezus nu woont in mijn hart Sinds Jezus nu woont in mijn hart Is mijn blijdschap en vreê als de golven der zee, sinds Jezus nu woont in mijn hart Sinds Jezus nu woont in mijn hart Sinds Jezus nu woont in mijn hart Is mijn blijdschap en vreê als de golven der zee, sinds Jezus nu woont in mijn hart