Ga naar zoekveld

Feest der Herkenning

a. Jezus, Hij is Koning, Jezus, Hij is Koning, Koning van het gans heelal. Ja, diep in mijn hart leeft dit geloof: Jezus, Hij is Koning. Jezus heeft ons vrijgekocht. Jezus heeft ons vrijgekocht, vrijgekocht door 't dierbaar bloed. Ja diep in mijn hart leeft dit geloof: Jezus heeft ons vrijgekocht Jezus, Hij zal komen. Jezus, Hij zal komen, komen zal Hij met gejuich. Ja, diep in mijn hart leeft dit geloof: Jezus, hij zal komen. b. Hij kwam bij ons, heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon. Hij diende ons als een knecht en heeft Zijn leven afgelegd. Zie onze God, de Koning-knecht, Hij heeft zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag, gedragen door zijn liefd' en kracht. Zie je de wonden zo diep. De hand die aard' en hemel schiep vergaf de hand die Hem sloeg. De Man, Die onze zonden droeg. Zie onze God, de Koning-knecht, Hij heeft zijn leven afgelegd. Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag, gedragen door zijn liefd' en kracht. c. Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam, die hemel en aarde verenigt tezaam. Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart. Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij die Naam nog niet Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied. d. ‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ‘t genot van de frisse waterstromen, dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar de Heer. God des levens, ach wanneer zal ik naad’ren voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen e. Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. U alleen bent mijn Kracht, mijn Schild. Aan U alleen geef ik mij geheel. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U U bent mij tot Heer en Heiland. Ja, U bent de Vredevorst! ‘k Heb U lief meer dan enig ander, Heer mijn God, U stilt mijn dorst U alleen bent mijn kracht, mijn schild. Aan U alleen geef ik mij geheel. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. f. Dit is de dag, dit is de dag die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft. Wees daarom blij, wees daarom blij en zingt verheugd en zingt verheugd. Dit is de dag die de Heer ons geeft, wees daarom blij en zing verheugd. Dit is de dag, dit is de dag die de Heer ons geeft. g. Heer ik kom tot U, neem mijn hart, verander mij. Als ik U ontmoet vind ik rust bij U. Want Heer, ik heb ontdekt, dat als ik aan uw voeten ben, trots en twijfel wijken voor de kracht van Uw liefde Houd mij vast, laat Uw liefde stromen. Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart. Ik voel Uw kracht en stijg op als een arend. Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw geest en de kracht van Uw liefde. Heer kom dichterbij, dan kan ik Uw schoonheid zien en Uw liefde voelen, diep in mij. En Heer, leer mij U wil zodat ik U steeds dienen kan en elke dag mag leven door de kracht van Uw liefde. Houd mij vast, laat Uw liefde stromen. Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart Ik voel Uw kracht, en stijg op als een arend. Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw geest en de kracht van Uw liefde. Houd mij vast, laat Uw liefde stromen. Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart. Ik voel Uw kracht, en stijg op als een arend. Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw geest en de kracht van Uw liefde. Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw geest en de kracht van Uw liefde. h. Komt nu met zang van zoete tonen en u met snarenspel verblijdt! Zingt op en wilt alom betonen, dat gij van harte vrolijk zijt. Juicht God ter eer, zijn lof vermeer', die zulken groten werk gedaan heeft voor Zijn kerk In Israël was dat een wijze, valt met hen ook de Heer te voet; dat elk nu toch God roem' en prijze, die ons zoveel weldaden doet. Roept overal met groot geschal: Lof, prijs en dank alleen zij God en anders geen i. Er komen stromen van zegen, dat heeft Gods woord ons beloofd. Stromen verkwikkend als regen, vloeien tot elk die gelooft. Stromen van zegen komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, zend ons die stromen, o Heer. Er komen stromen van zegen, heerlijk verkwikkend zal ’t zijn. Op de valleien en bergen zal er nieuw leven dan zijn. Stromen van zegen komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, zend ons die stromen, o Heer. j. U zij de Glorie, opgestane Heer U zij de victorie, nu en immermeer. Uit een blinkend stromen daald' een engel af, heeft de steen genomen van 't overwonnen graf. U zij de Glorie, opgestane Heer U zij de victorie, nu en immermeer. Zou ik nog vrezen nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft. In zijn Godd'lijk wezen is mijn glorie groot, niets heb ik te vrezen in leven en dood. U zij de Glorie, opgestane Heer U zij de victorie, nu en immermeer.