Ga naar zoekveld

Heer, U bent altijd bij mij

Heer, U doorgrondt en kent mij; mijn zitten en mijn staan. En U kent mijn gedachten, mijn liggen en mijn gaan. De woorden van mijn mond, o Heer, die zijn voor U bekend, en waar ik ook naartoe zou gaan, ik weet dat U daar bent. Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen. Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag. Heer, U doorgrondt en kent mij, want in de moederschoot ben ik door U geweven, U bent oneindig groot. Ik dank U voor dit wonder, Heer, dat U mijn leven kent, en wat er ook gebeuren zal, dat U steeds bij mij bent. Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen. Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij, en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag.