Ga naar zoekveld

Het jaar neigt zich tot stille groet

Het jaar neigt zich tot stille groet, heb rijpte een zomer lang tot zin, nu in de herfst houdt het zich in en spreekt uit volheid: God is goed. Maar wij, de mensen, zijn te klein. Wij doen of het het onze is wat God ons geeft. Of aan 't gemis der naasten wij niet schuldig zijn. De honger gaat de wereld rond, wij danken God voor overvloed. O geef, Heer, dat de hand toch doet wat wordt beleden met de mond, en niet meer neemt, maar voluit geeft aan alle mensen in de nood, zoals Gijzelf u in de dood hebt uitgedeeld, o brood dat leeft.