Ga naar zoekveld

Hoe lieflijk zijn Uw woningen

a. Hoe lieflijk zijn uw woningen mijn Heer en God Mijn ziel bezwijkt van verlangen naar uw voorhoven Heer Mijn hart en vlees roepen uit naar de levende God Zelfs een mus vindt voor zich daar een huis en de zwaluw een nest waar zij haar jongen legt bij uw altaren bij uw altaren der heerscharen Heer Mijn koning en God O God van gena hoor mij aan Liever toefd’ ik aan de dorpel van het huis van mijn God dan te wonen in de tent der goddeloosheid Want een dag in uw huis is beter dan duizend elders Hoe lieflijk zijn uw woningen mijn Heer en God Mijn ziel bezwijkt van verlangen naar uw voorhoven Heer Mijn hart en vlees roepen uit . naar de levende God Zelfs een mus vindt voor zich daar een huis en de zwaluw een nest waar zij haar jongen legt bij uw altaren bij uw altaren der heerscharen Heer Mijn koning, mij God b. Hoe lieflijk, hoe goed is mij, het huis waar Gij uw naam en eer hebt laten wonen bij de mensen. Hoe brand ik van verlangen om te komen in uw heiligdom. Wat zou mijn hart nog liever wensen dan dat het juichend U ontmoet die leven zijt en leven doet