Ga naar zoekveld

Looft God die zegent al wat leeft

Looft God, die zegent al wat leeft, der heemlen Heer is Hij, die tussen ons zijn woning heeft. Die ver is, is nabij. Looft God, Hij stuurt het schip der kerk, dat naar de morgen vaart. Hij is de hartslag van ons werk, Hij houdt het welbewaard. Looft God, zijn vinger wijst ons aan, een toren in de tijd, dat het ten hemel toe moet gaan, en gaat in eeuwigheid. Looft God, want Hij spreekt onze taal, Hij troont op onze lof. In woord en doop en avondmaal houdt Hij bij ons zijn hof.