Ga naar zoekveld

Nader mijn God, bij U

Nader mijn God, bij U, zij steeds mijn beê, zij 't levenspad soms ruw, gaat Gij maar mee. Dan kent mijn ziele rust, mij van Uw trouw bewust, wacht ik aan blijder kust, Uw sabbatsvree. En wenkt Uw eng'lenstoet, eens opwaarts mij, in 's hemels zonnegloed, verjongd en vrij. 'k Juich dan op hoger toon, bij 't naad'ren van Uw troon. 'k Ben eeuwig nu Uw zoon en U nabij.