Ga naar zoekveld

O Bethlehem

O Bethlehem gij kleine stad, wat ligt gij stil terneer. De sterren trekken langs hun baan, u slaapt in diepe sfeer. Maar in uw donk’re straten, straalt het licht dat was verwacht. De hoop en vrees van jarenlang, in u vereend vannacht. Want Christus is geboren, in deze stille nacht. Het mensdom slaapt maar het engelenheer, houdt over ’t kind de wacht. O Morgensterren samen, verkondig nu Gods woord En lofzing nu het koningskind, de vreed’ op aarde gloort. Hoe stillekens, hoe stillekens, staan we in verwondering. Want God verleent aan ’t mensenhart, een hemelzegening. Geen oor verneemt zijn komen, op aard’ vol euveldaan en daar waar harten open staan, zal Christus binnen gaan.