Ga naar zoekveld

O, welk een macht heeft Uwe liefde

O, welk een macht heeft Uwe liefde, door Jezus mij geopenbaard, die Hij hoe snood men Hem ook griefde, aan haat’ren zelfs niet heeft gespaard. In plaats van aan mijzelf te denken, wil ‘k U geheel mijn leven schenken. ‘k Moet U ten eigendom verkiezen, want buiten U, Heer, is er geen; ‘k wil niet in ’t schepsel mij verliezen, bij U is rust, bij U alleen. Bij U is rust, bij U verblijden, aan U wil ook mijn hart zich wijden.