Ga naar zoekveld

Psalm 47

Juicht, o volken, juicht, handklapt en betuigt onze God uw vreugd, wees tezaam verheugd, zingt des Hoogsten eer, buigt u voor Hem neer. Alles ducht zijn kracht, alles vreest zijn macht. Zijne majesteit maakt haar heerlijkheid over 't rond der aard wijd en zijd vermaard. God vaart voor het oog met gejuich omhoog; 't schel bazuingeluid galmt Gods glorie uit. Heft de lofzang aan, zingt zijn wonderdaân. Zingt de schoonste stof, zingt des Konings lof met een zuiv're galm, met een blijde psalm; Hij, de Vorst der aard, is die hulde waard.