Ga naar zoekveld

Schuil maar veilig

Schuil maar veilig als de stormwind woest je levensschip bedreigt. Vlucht naar mij als ’t wilde water, tot de wank’le reling stijgt. Ik bescherm je met mijn schaduw, in de diepten van de nacht. Je mag rusten als de dag jou, niets dan angsten heeft gebracht. Niets dan angsten heeft gebracht. Bid maar innig als je scheepje , in de dichte mist verdwaalt, nergens licht valt te ontwaren en de avond langzaam daalt. Richt je blik dan naar de hemel, naar de schaduw van mijn hand en ik leid je door de golven, veilig naar de overkant. Veilig naar de overkant. Roep maar kind, wanneer de vrees jou in het duister overspoelt en de zee met haar gevaren, om je scheepje ziedend woelt. Laat mijn almacht je omringen, dan breng ik je veilig thuis. Door de schaduw van mijn handen, naar de kust, het vaderhuis. Naar de kust, het vaderhuis.