De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.
Leestijd: 3 min
Al van jongs af aan is het orgel niet meer weg te denken uit het leven van organist Sander Booij. Wat begon met stiekem meeluisteren tijdens de orgellessen van zijn broer, groeide uit tot een leven waarin muziek, techniek en geloof onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Voor Sander is het orgel meer dan een instrument: het is een heel orkest dat je helemaal alleen tot klinken kunt brengen.
Een muzikale start
Sander groeide op in Woudenberg, in een gezin waar muziek een grote rol speelde. Elke zondag klonk er thuis een Bachcantate, zijn vader zong in een koor en zijn moeder speelde blokfluit. Het was vooral zijn opa, organist en koordirigent, die hem de eerste orgellessen gaf en de liefde voor het instrument doorgaf. Als kind kroop Sander stiekem achter het orgel om na te spelen wat hij zijn broer net had zien doen.
Tijdens de NCRV-serie ‘Kerkepad’ mocht hij in tal van kerken op het orgel spelen. Elke nieuwe kerk, elk nieuw orgel maakte hem enthousiaster. Op zijn veertiende werd hij vaste organist van zijn eigen kerk in Driebergen. Dat was spannend, want Sander is een perfectionist, maar die spanning helpt hem tegenwoordig juist om zich volledig te geven.
Wat hem het meest raakt, is het begeleiden van de gemeentezang. Zodra hij een psalm inzet en een hele kerk gaat meezingen, is dat voor hem het mooiste onderdeel van zijn werk. Dat vraagt om een zorgvuldige, verzorgde manier van spelen. Niet met kracht, maar door aan te voelen hoe je het orgel bespeelt.
Een bijzonder orgel met een bijzondere klank
In de Grote Kerk staat een uniek orgel uit 1617, gebouwd door Albert Kiespenning. Het enige bewaard gebleven orgel van deze bouwer en dus meer dan vierhonderd jaar oud. Na restauratie in 1979 kozen Sander en zijn collega-organist er bewust voor om de originele middentoonstemming terug te brengen: die stemming laat de muziek klinken zoals ze ooit bedoeld was.
Sander is dankbaar dat hij op dit poëtische, veelkleurige orgel mag spelen. Vooral het register Prestant 8 vindt hij bijzonder: een warme, volle klank die de hele kerk vult zonder ooit scherp te worden. Wat hem betreft moet een organist zich altijd voegen naar het instrument. Door veel te spelen en goed te luisteren ontdek je wat een orgel je wil vertellen.
Muziek als plek om te zoeken
Voor Sander zijn geloof en muziek onlosmakelijk verbonden. Hij noemt zichzelf een twijfelaar als het om geloof gaat, maar in de muziek vindt hij een manier om te zoeken en te ervaren. Een kerkdienst krijgt voor hem pas echt betekenis als de muziek overtuigt. Als organist ziet hij zichzelf vooral als dienaar: niet om te laten horen hoe goed hij speelt, maar om de gemeente zo mooi mogelijk te laten zingen.
Als speler noemt hij zichzelf gevoelig en precies, tot op de kleinste details. Een noot net iets langer of korter laten klinken, een toets net iets sneller of langzamer indrukken... in die nuances zit voor Sander de ware essentie van het orgelspel.
Nieuwsgierig geworden naar zijn verhaal en zijn spel? Beluister de hele podcast hier.

Dit artikel hoort bij de podcast
Alle Registers Open - Dé orgelpodcast van Nederland