Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Urker vissers zingen Psalm 72 en 122: 'Jeruzalem dat ik bemin'

21 februari 2024 · Leestijd 2 min

De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Toestemmingen aanpassen

Wat kunnen deze Urker vissers van visserskoor Crescendo prachtig zingen! Bovenstaande versie van Psalm 72 en 122 werd ruim 14 jaar geleden opgenomen, maar is wat ons betreft tijdloos. David roept in Psalm 122 op om te bidden 'voor de vrede van Jeruzalem' en dat lijkt vandaag de dag harder nodig dan ooit. Ook kijken veel christenen uit naar het 'Nieuw Jeruzalem', een stad met 'paar'len poorten' die na dit leven op ons wacht.

Urk staat bekend om zijn zangkoren en visserij. Soms lijkt het of de tijd er stil heeft gestaan. Veel Urkers conserveren hun christelijke geloof en doen dat vol overgave. Die conservatieve houding wordt niet altijd door iedereen begrepen, maar als je dan zo'n mooie uitvoering als deze hoort kun je er alleen maar dankbaar voor zijn!

Liedtekst:

Psalm 72

Vers 6
Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al 't heidendom Zijn lof getuigen,
Dienstvaardig tot Zijn eer.
't Behoeftig volk, in hunne noden,
In hun ellend' en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten redder zijn.

Vers 10
Dan zal, na zoveel gunstbewijzen,
't Gezegend heidendom
't Geluk van dezen Koning prijzen,
Die Davids troon beklom.
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
Bekleed met mogendheên;
De HEER, in Israël geprezen,
Doet wond'ren, Hij alleen.

Vers 11
Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
Men loov' Hem vroeg en spâ;
De wereld hoor',
en volg' mijn zangen,
Met Amen,
Amen na.

Psalm 122

Vers 1
Ik ben verblijd, wanneer men mij
Godvruchtig opwekt: "Zie, wij staan
Gereed, om naar Gods huis te gaan;
Kom, ga met ons en doe als wij."
Jeruzalem, dat ik bemin,
Wij treden uwe poorten in;
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is wèl gebouwd,
Wel saâmgevoegd: wie haar beschouwt,
Zal haar voor 's Bouwheers kunstwerk groeten.

Vers 3
Om vriend en broed'ren spreek ik nu:
"De vrede zij en blijv' in u;
Nooit moet haar nijd of twist verkloeken;
Om 's HEEREN huis, in u gebouwd,
Waar onze God Zijn woning houdt,
Zal ik het goede voor u zoeken."

--:--