Ga naar zoekveld

De glazen zee

O, mocht ik eens staan aan de oevers der zee, van kristal, in een kleed wit als wol. Dan knielde ik neer voor mijn Redder, mijn God en breng daar dan dank aan de Heer. Heilig, heilig, heilig Heer, God almachtig. Schepper van hemel en aarde, heilig is de Heer. Heilig is de Heer. Heilig, heilig is de Heer Heilig, heilig. O, mocht ik eens staan aan de voet van Gods troon, diamant, in de boog van het verbond. Dan juichte ik mee met de engelenschaar, tot eer van de Vader en Zoon. Heilig, heilig, heilig Heer, God almachtig. Schepper van hemel en aarde, heilig is de Heer. Heilig is de Heer. Heilig heilig is de Heer. Heilig. Heilig, heilig, heilig, klinken onze zangen, voor de Schepper van ’t heelal, in al zijn majesteit. Heilig, heilig, heilig, alles moet hem danken, hemel en aarde, tot in eeuwigheid. Heilig, heilig, heilig. Heilig, heilig, heilig. Heilig.