Ga naar zoekveld

De Heer is God en niemand meer

De Heer is God en niemand meer: verheerlijkt Hem, gij vromen Wie is als aller scheps'len Heer zo heerlijk, zo volkomen De Heer is groot, zijn naam is groot, de luister zijner deugden groot, oneindig groot zijn wezen. Gij zijt rechtvaardig, heilig, goed, bij reinen wilt Gij wonen. Hem, die uw wil met vreugde doet zult G' ook met vreugde kronen. Gij hebt d' onsterf'lijkheid alleen, hoogst zalig zijt G' in eeuwigheen, o rijke bron van vreugde.