Ga naar zoekveld

De steppe zal bloeien

De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen. De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping. Staan vol water, maar dicht. De rotsen gaan open. Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen. Dorstigen komen en drinken. De steppe zal drinken. De steppe zal bloeien. De steppe zal lachen en juichen. De ballingen keren. Zij keren met blinkende schoven. Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde, één voor één, en voorgoed. Die keren in stoeten. Als beken vol water, als beken vol toesnellend water, schietend omlaag van de bergen. Als lachen en juichen, die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen. De dode zal leven. De dode zal horen: nu leven. Ten einde gegaan en onder stenen bedolven: Dode, dode, sta op, het licht van de morgen. Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open hemel en aarde en afgrond. En wij zullen horen. En wij zullen opstaan. En lachen en juichen en leven.