Ga naar zoekveld

Ik zag de hemel nieuw

Ik zag de hemel nieuw en nieuw de aarde: de eerste schepping was voorbij gegaan, er was geen zee – haar dreigen is gedaan, nu onze God als Heer zich openbaarde. En uit de hemel zag ik nederdalen, de heil’ge stad, een nieuw Jeruzalem, getooid zoals een bruid, versierd voor Hem wiens gramschap brandde in zeven gouden schalen. De Here zelf zal al hun tranen drogen, dood, rouw en moeite hebben afgedaan; de eerste dingen zijn voorbijgegaan. Zij zullen zingende het Lam verhogen. Ik geef wie dorst heeft van het levend water: Hij mag zich laven aan de levensbron! ‘k Zal hem een God zijn en hij Mij een zoon. Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste.