Ga naar zoekveld

Laat ons nu vrolijk zingen

Laat ons nu vrolijk zingen, komt, heft Uw lied'ren aan, voor Hem, wie alle dingen, altijd ten dienste staan. Ik wil de Heer daarboven, lofprijzen hier op aard, ja, Hem van harte loven, die veilig mij bewaart. Ik arme en geringe, hoe zou ik voor Uw troon, U lof en dank toezingen? Gij zijt zo groot, zo schoon. Maar omdat Gij mijn leven, duldt voor Uw aangezicht, mag ik, o Heer, U geven, de weerglans van het licht.