Ga naar zoekveld

Op het Godslam rust mijn ziele

Op het Godslam rust mijn ziele, vol bewond’ring bidt zij aan; alle, alle mijne zonden heeft zijn zoenbloed weggedaan. Zalig rustoord! Zoete vrede vult mijn hart en blijft het bij; hij in Wie God zelf kan rusten, is het rustpunt ook voor mij. Daar zal Hem mijn oog aanschouwen, Hem, wiens liefde mij verkwikt; Hem, wiens trouw mij hier geleidde, wiens genâ mij heil beschikt. Daar bezingen zijne liefde duur gekochten door zijn bloed; daar is Sions ons zaal’ geruste, ’t eind’loos loflied, ’t eeuwig goed!