Ga naar zoekveld

Wie maar de goede God laat zorgen

Wie maar de goede God laat zorgen en op hem hoopt in ’t bangst gevaar, is bij hem veilig en geborgen, die redt hij godd’lijk, wonderbaar. Wie op de hoge God vertrouwt, heeft zeker op geen zand gebouwd. Treed vrolijk voort op ’s Heren wegen, neem zijn gebod getrouw in acht. ’t Wordt eind’lijk alles u ten zegen, wanneer gij daarop biddend wacht. En wie gelovig op hem ziet, weet zeker, hij verlaat mij niet.