Ga naar zoekveld

De hen

maandag 9 januari 2017

Matteus 23:37

Dierenliefde

Genesis 9:8-17

‘Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde.’ (vers 9,10)

Een dier is geen mens. Apen met pakjes aan, honden met strikjes om; het is allemaal heel onnatuurlijk. Een poes vindt het buiten vaak fijner dan binnen. Eigenlijk is een hond aan een riem al heel vreemd. Na de zondvloed heeft God omgangsregels aan de mens gegeven. De mens kreeg de beschikking over alles wat op aarde leeft. Naast groente en fruit mag de mens ook vlees eten. Hij krijgt toestemming om dieren te doden voor voedsel en kleding. Er is namelijk een groot verschil tussen mens en dier. De mens heeft de adem van God in zich, zegt de Bijbel. Een dier niet. De mens mag van God heersen over de dieren.

Dat moet dan wel volgens Gods plan gebeuren. De mens is geschapen naar Gods beeld. Dat is een gave, maar ook een opdracht. Ook in zijn handel en wandel moet de mens een beeld van God zijn. Dat heeft ook betrekking op zijn omgang met de dieren, ja met heel de schepping. Dieren zijn er voor de mens, maar dat wil niet zeggen dat hij er zomaar mee kan doen wat hij wil. God gaf vissen aan de mens om als voedsel te gebruiken. Het was niet de bedoeling om soorten uit te laten sterven. Datzelfde geldt ook voor alle bomen en planten. De mens kreeg ze van God, maar niet om te vertrappen en te vernielen.

Na de zondvloed sloot God niet alleen een verbond met Noach, maar ook met alle dieren. Het staat er zelfs tot drie keer toe. God vindt dieren dus ook heel belangrijk. God houdt van mens én dier.

Over dierenliefde gesproken!

Vraag: Kun jij je een nieuwe hemel en een nieuwe aarde voorstellen zonder dieren?

Deel deze overdenking: