Ga naar zoekveld

Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel

zaterdag 18 februari 2017

Psalm 94:19

Waar put je troost uit?

Psalm 77

‘Mijn ziel laat zich niet troosten.’ (vers 3)

Wat is troost?

Het woord troost is verwant met het woord ‘trouw’ en het Engelse ‘trust’. Woordenboeken vertellen dat we bij de oorsprong van deze woorden moeten denken aan een hecht vlechtwerk, het vlechtwerk van takken of het vlechtwerk van een omheining. Als iemand echte troost heeft gevonden, zo zou je kunnen zeggen, wordt voor hem dat vlechtwerk zichtbaar, een betrouwbare band die onder alle scheuren en breuken intact bleef. Troosten is dus niet toedekken, zalven of in slaap sussen, geen pleister op de wond. Echt troosten is de grond van vertrouwen helpen blootleggen en versterken.

Je kunt op vele manieren troosten. Je kunt het proberen met woorden. Woorden waarnaar je bijvoorbeeld zoekt bij een condoleance. Je kunt het ook doen zonder woorden: een arm om iemand heen, een kus. Allemaal vlechtwerken om en onder iemands bestaan. Hoe goed bedoeld ze ook zijn, ze werken niet altijd.

Zo verging het de dichter van Psalm 77 ook. Hij zocht wanhopig naar echte troost, maar vond die niet. Niet bij mensen, maar ook niet bij God. Dat is heel opvallend. De dichter is murw geslagen. Murw door de godverlatenheid, door de vele vragen waarop geen antwoord komt.

Er zullen mensen zijn die dit herkennen. Mensen die nergens en bij niemand troost vinden. Ze durven het niet hardop te zeggen: ook niet tegen God. Deze dichter durfde het wel. Zijn wanhopige woorden zijn zelfs in de Bijbel opgenomen: ‘Als ik aan God denk, kreun ik.’

De dichter heeft in zijn grote verdriet en wanhoop toch een antwoord gevonden. Dat antwoord vond hij, toen hij dacht aan andere moeilijke tijden, die zijn volk had meegemaakt. Eén van die donkere perioden was toen zij als slaven verbleven in Egypte. Gelukkig God greep in. Leidde hen uit Egypte. Maar wat gebeurde er toen? God stuurde hen de woestijn in! Niet langs de normale weg. Tot overmaat van ramp stonden ze opeens ook nog voor de Rode Zee. Gods weg liep dood!

Het moet deze situatie geweest zijn waarin de dichter zich herkende. God die ons leidt op onbegrijpelijke wegen, op dood spoor. ‘Uw weg was in de zee, uw pad was in grote wateren, zodat uw voetsporen niet werden gekend.’ In sommige vertalingen staat: ‘niet werden gevoeld.’

Toch realiseerde de dichter zich dat God er juist toen was. Het volk dat zich aan God toevertrouwde, maar Hem niet zag, kwam niet bedrogen uit. Ze sloegen het dode spoor in. Ze liepen op de zee af. Hun ondergang tegemoet. Maar God bleek er toch te zijn. Toen zij niet verder konden, baande God een weg.

Gezegde - Troost, echte troost is een bloem die geplukt wordt in het diepste moeras.

Deel deze overdenking: